Contact: E-mail

 

Tel:

+27-11 462.63.03

+27-72-423.35.25

Local fax: 086.648.35.23

South Africa's largest webpage

De grootste Zuid-Afrika website

     

Click here for your language                    

 

 

 

Witte haaien, kooiduiken en haainetten

Door Dr. Leonard J. V. Compagno

Oorsprong van kooiduiken met witte haaien

Het duiken in een kooi en witte haaien van heel nabij observeren dateert reeds voor de film Jaws uit 1975. Naar verluid is het allemaal begonnen in de jaren 60 in de buurt van Dangerous Reef en andere streken in de Zuid-Australische Spencer Gulf. Ervaren duikers zoals Ron & Valerie Taylor en ook Rodney Fox, maakten voor het eerst een duik in een kooi. Daarbij maakten ze gebruik van sportvis technieken die door Alf Dean ontwikkeld waren om witte haaien naar schepen te lokken.

 

De duikplaatsen om witte haaien te ontmoeten in de Spencer Gulf zijn zeer afgelegen. Speciaal uitgeruste expedieschepen laten dit soort duiken toe, net als het filmen van natuur documentaires en wetenschappelijke projecten. De eerste commerciële expedities werden met grote visserschepen ondernomen en maakten gebruik van enorme 'gorilla kooien' en werden uit staal vervaardigd. De constructie was veilig maar ook arbeidsintensief en...duur, enkele duizenden dollar per persoon. Peter Gimbel ontwikkelde een lichte, mobiele aluminium kooi en produceerde in 1970 de eerste commerciële 'witte haai film'.

Kort daarop ontwikkelde de Taylors luchte kooien die uitermate geschikt waren voor het filmen in zee. De kooien waren stukken lichter dan deze die de commerciële organisaties gebruikten. De Taylors stelden vast dat het totaal overbodig is om zware kooien te gebruiken daar haaien zelfs geen enkele poging ondernemen om in de kooi binnen te dringen. Op die manier ontstonden lichte gegalvaniseerde kooien met zijdeuren. Daarna ontwikkelden beroepsduikers draagbare cilindervormige open kooien. 

Het kooiduiken in Zuid-Afrika

Het kooiduiken in Zuid-Afrika is vrij jong en dateert uit de jaren 80 toen duikers sporadisch in de West-Kaap, in de omgeving van Struisbaai (ten oosten van Cape Agulhas, het meest zuidelijke punt van het Afrikaanse continent) en de Valsbaai nabij Kaapstad.

Geschriften van de vorser, Andrew Smith, bewijzen dat er reeds aandacht bestond om de witte haaien te observeren langsheen de Zuid-Afrikaanse kust rond 1820. Het vangen van de dieren begon omstreekts 1909 in de regio rond de Valsbaai. Rond 1950 ontstond de sportvisserij in de omgeving van Durban. De beroemde film Jaws zwengelde de jacht op de witte haai aan in de westelijke Kaap-regio. De dieren werden routinematig door een groep jagers gedood. Op die manier begon een lucratieve markt te groeien in de handel van haaienkaken, skeletten en tanden. Het kwam zelfs zover dat Australiërs naar Zuid-Afrika afzakten met diepzee vaartuigen daar de dieren steeds zeldzamer werden in de Australische wateren. 1991 werd uiteindelijk beslist om de dieren in Zuid-Afrika te beschermen, iets wat heel wat internationale media belangstelling verwierf.

Eerste wetenschappelijke projecten met witte haaien in Zuid-Afrika

Het Zuid-Afrikaans Museum startte in 1990 voor het eerst een grootschalige wettenschappelijke expeditie. Het project kreeg heel wat belangstelling en in 1992 werd het zwaartepunt van het onderzoek verlegt naar Dyer Island. Op aangeven van locale vissers werd er een markeringsproject gestart. Dyer Island is een kleine eilandengroep nabij het vissersdorpje Gansbaai, ten westen van Cape Agulhas. In deze duikplek werden de witte haaien 'ontdekt'.

Dyer Island

Dyer Island is een interessante Marine Oase van rotsachtige riffen en kelpwoud (kelp is een grote soort zeewier). Het bestaat uit twee hoofdeilanden, het eigenlijke Dyer Island en Geyser Island. Op het Dyer Island leeft een grote zeevogel kolonie en pinguïns (Afrikaanse Pinguïn) en op Geyser Island leeft een grote kolonie zeehonden (Cape Fur Seal). De eilanden liggen 180 m van elkaar en het kanaal er tussen is 4 tot 6 meter diep, de zogenaamde 'haai doorgang'. De witte haaien patrouilleren nagenoeg aan het wateroppervlak en jagen op zeehonden en pinguïns.

De haaien zijn zowat het hele jaar door in de omgeving van de eilanden te vinden maar hun aantal neemt toe wanneer de jonge robben leren zwemmen en een makkelijke prooi vormen. Niet alleen jongen vallen ten prooi, ook volwassen dieren, zelfs de sterkste onder hen. Wanneer voer in het water gegooid wordt zijn de haaien ook geïnteresseerd in het onderzoeken van schepen. Op die manier is het vrij eenvoudig om hen te filmen en wetenschappelijk onderzoek te verrichten. De stroming rond de eilanden is een stuk gevaarlijker dan het risico op een haaien aanval. Tot nog toe is er geen enkel ongeval gebeurt, tenminste wat een haaien aanval betreft. Grotere gevaren zoals het weer, riffen, kelp, hoge golven en stromingen. Dyer Island is een beschermd natuurgebied maar in tegenstelling met andere vogeleilanden in het Zuid-Afrikaans water, waar de toegang totaal verboden is, wordt hier toegang verleent tot de hoogwaterlijn. De vogels en zeehonden van Dyer zijn beschermt tegen de verstoring van de mens, zeehondenjacht en het verzamelen van eieren is verboden. Hoe dan ook worden de dieren gestoord door schepen die het kanaal tussen de eilanden invaren. De pinguïn kolonie is in de laatste jaren gekrompen tot een dramatisch dieptepunt. Naast het commerciële kooiduiken en wetenschappers lokte het eiland ook sport- en beroepsvissers, abalone duikers (zeeoor, een soort schelpdier, ook bekend als paarlemoen) en vrijetijdskapiteins aan.

Dyer Island werd in 1992 bekend als een kooiduik oord toen Ron & Valerie Taylor de eerste film produceerden over de haaien van Dyer Islands. Er werd vanuit lichte kooien gefotografeerd die ondersteund werden door twee jetski's en een vissersboot. Na 1992 was er een toestroom van buitenlandse toeristen die door lokale scheepvaart maatschappijen de sportduiker en filmmakers naar Dyer Island brachten. Talrijke haaienfilms werden hoofdzakelijk in de omgeving van Dyer Island en Struisbaai gedraaid maar het uiteindelijke hoogtepunt kwam er in 1995 toen BBC/National Geographic Production de 'Great White Shark' op de wereld losliet.  

In 1997 waren 7 commerciële bedrijven die het kooiduiken aanboden in het Dyer Island Channel. Een bikkelharde concurrentie ontstond tussen de bedrijven en dat kwam niet ten goede van de zeehond- en vogelkolonie in het gebied. De 'goldrush mentaliteit' dat zich rond dit soort industrie ontwikkelde eindigde in talrijke beschuldigingen en rechtzaken. Het ecotoerisme begon dus uit zijn voegen te barsten. Ironisch genoeg konden vorsers en wetenschappelijke organisaties met hun beperkt budget actief blijven terwijl de commerciële duik organisaties en reisbureaus een vermogen maakten rond het filmen en zien van de witte haai.  

Wereldwijd haaiduiken

Het ecotoerisme en het duiken met witte haaien werd in de jaren 90 populair door de sterke toename van sportduikers. 160 dergelijke organisaties wereldwijd waren in 1997 bekend. Op de meeste plaatsen gingen sportduikers duiken zonder kooien tussen grote en kleinere haaiensoorten, zelfs tussen de potentieel gevaarlijke zoals de tijgerhaai of in toenemende mate de populaire walvishaai.

Ecotoerisme

Op basis van de ervaringen in Australië en Zuid-Afrika ontwikkelde zich het Natal Shark Board in het Zuid-Afrikaanse Kwazulu-Natal, het zogenaamde POD (Protective Oceanic Device), een elektronische haaiafweer systeem ter bescherming van duikers. Nu was het mogelijk om zonder kooien te duiken. Meer dan 10 jaar lang had de inmiddels overleden Don Nelson de wereld duidelijk gemaakt dat deze gewervelde dieren niet zeer agressief zijn. Het ecotoerisme en het duiken met haaien stond plotseling in tegenstelling met wat de media, de bevolking, ouderen en wetenschappelijke literatuur uit de oude doos voor ogen hadden. Op die manier heeft dit toegedragen tot het beschermen van haaien. Het is een feit dat een levende haai meer opbrengt in het kader van ecotoerisme dan een dode haai voor de visserij. Verscheidene regeringen waren plotseling gewonnen (ook de regering van de Malediven) om de haaien visserij aan banden te leggen in het voordeel van het ecotoerisme (koraal riffen inbegrepen).

Witte haai en de Mount Everest

Sinds de film 'Jaws' hebben veel mensen een angst ontwikkeld voor de witte haai. Veel wetenschappers probeerden het publiek duidelijk te maken dat de witte haai 'anders' en wezenlijk gevaarlijk is, net als andere haaisoorten. Witte haaien zijn voor duikers en filmmakers hetzelfde als de Mount Everest is voor klimmers: een dodelijke uitstraling maar met het gepaste materiaal haalbaar (kooien). Ok, witte haaien zijn krachtige, efficiënte en snelle superrovers aan de top van de voedsel piramide. Ze eten grote prooidieren en bij gelegenheid vallen ze ook mensen aan maar vreten die heel zelden helemaal op. Ook tijgers zijn superrovers en maken deel uit van een ecosysteem en vergrijpen zich vaker aan mensen die ze helemaal verslinden. Alhoewel tijgers ook met uitsterven bedreigt zijn, is het sociaal meer aanvaardbaar wanneer een tijger een mens aanvalt, een realistisch ongeval noemt men dat dan.

Het zwemmen met witte haaien zonder kooi is voor een ervaren duiker een overwinning zolang men er het hoofd koel bijhoud en deel uitmaakt van een sociaal systeem. Het is dus in geen geval vergelijkbaar met het beklimmen van de Mount Everest en heel wat minder gevaarlijk als door het Sunderban-Woud in de Ganges-Delta te wandelen en daarbij het risico te lopen om als kattenvoer opgediend te worden.

Witte haaien zijn sociale dieren met een complexe onderlinge verhouding en geen eenzame zwemmers die werken als een vreetmachine in de buurt van het strand. En toch blijft nog steeds bij velen het doembeeld uit de film 'Jaws' hangen, zelfs nu dat ze beschermd zijn. 

De ideale kooi duikplaatsen

Het duiken met witte haaien is wezenlijk duurder en beperkter dan het duiken met andere haaien. Het Mekka van het kooiduiken is ontegensprekelijk Zuid-Afrika. Een andere bekende plaats zijn de Californische Farallon Islands maar daar heeft men het kooiduiken verboden. Toch is er nog 1 plaats in Californië waar het kooiduiken nog toegelaten is, namelijk in de omgeving van de Ano Nuevo Islands. De traditionele plaatsen in Australië (Spencer Gulf) zijn stukken duurder dan in Zuid-Afrika en bovendien zijn de dieren in die buurt de laatste jaren zeldzamer geworden. Bovendien is Spencer Gulf te verder van de haven gelegen, Dyer Island is vlot bereikbaar vanuit Struisbaai (1 organisator), Valsbaai (1 à 2 organisatoren) en Mosselbaai (1 organisator). Kooiduiken kan met kleinere vaartuigen gemaakt worden en een dagtrip kost de duiker slechts 100 tot 200 US dollar en de kans is hoog dat je de dieren ook daadwerkelijk zal zien.  

Problemen met kooiduik aanbieders rond Dyer Island

In de omgeving van Dyer Island worden meestal lichte, onstabiele en daardoor ook potentieel gevaarlijke kooien gebruikt. De manier waarop men haaien aanlokte waren ook niet van de poes. Mensen met of zonder duikervaring liet men toe in kooien, zelfs met een snorkel. Gelukkig zijn er geen grote ongevallen geweest maar toch lieten ervaren (!) duikers ongewild witte haaien tot de kooi doordringen. Met meer geluk dan verstand konden de duikers de in paniek geraakte haai ontwijken en (beide) kwamen er met de schrik vanaf. In één van de twee gevallen werd de kooi tot de schroothoop verwezen. Kijk dus op voorhand uit met wie je (letterlijk) in zee gaat.

Zakelijke conflicten

Mosselbaai, aan de Zuid-Afrikaanse zuidkust beschikt over een klein eilandje met een zeehonden kolonie en witte haaien. Het eilandje ligt knap in de buurt van een bekend strand en nabij een gasinstallatie. Een kooiduik organisator ging in de clinch met de officiële instanties toen men de activiteiten wou verbieden. Het kooiduiken was een reëel gevaar voor de badgasten en de beroepsduikers die instonden voor de ontwikkeling en onderhoud van de gasinstallatie. Na een lange twist werd alles zakelijk afgewogen. Het kooiduiken werd beperkt maar iedereen moest water in de wijn doen (seizoen gebonden).   

Voorschriften voor kooiduiken in Zuid-Afrika

Onder toezicht van het Sea Fisheries Research Institute (SFRI), werd in 1997 het kooiduiken, filmen en wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot de witte haai, gereglementeerd. Alle betrokken partijen gingen rond de tafel zitten en kwamen tot het besluit dat er dringend een managementplan moest opgesteld worden. Dit hield in dat kooiduik organisatoren een uitrustingsstandaard moesten toepassen en wetenschappelijke projecten moesten toestemming krijgen van een wetenschappelijke raad. De toegang tot bepaalde gebieden voor commerciële uitbating werd verboden. In het geval van Dyer Island laat de Cape Nature Conservation Service slechts 5 kooiduik aanbieders dagelijks tot het gebied toe waarbij 3 aanbieders gelijktijdig in het kanaal mogen vertoeven. Hierbij moeten ze dagelijks een toltarief betalen. Tezelfdertijd werd een beschermende zone rond het Dyer Island complex van kracht en de toegang wordt enkel verleend volgens de reglementen van het SFRI dat geldig is in het hele land.

Nieuwe voorschriften zijn van kracht

De nieuwe voorschriften zijn sinds midden 1998 van kracht. De tijden van anarchie en oproer zijn definitief voorbij dankzij een strenge wetgeving. Dit is de enige mogelijkheid om deze krachtige industrie uit het diskrediet te halen en de negatieve effecten op het Zuid-Afrikaanse toerisme te voorkomen. Eén enkel ongeval kan de totale toerisme industrie  in een negatief daglicht stellen en zelfs wereldwijd een slechte reputatie opleveren. Het heeft er ook toe bijgedragen dat de strijdbijl tussen de kooiduik industrie, wetenschappers, beroeps- en sportvissers definitief begraven is.

Is de kooiduik industrie schadelijk voor de witte haai?

Hoe is het eigenlijk gesteld met de witte haai? Is de commerciële toegang tot de witte haai in Zuid-Afrika nadelig voor het leven van de dieren? Het is moeilijk te bewijzen dat kooiduiken nadelig is voor de haaien. Er komen verwondingen voor bij haaien die een hap in een kooi nemen en haaien kunnen zich verwonden aan de dikke kettingen en stalen trossen waaraan de kooien bevestigd zijn of een slecht afgewerkte stalen constructie (zoals bijvoorbeeld bramen op het staal). Al deze verwondingen kunnen met een zorgvuldige planning voorkomen worden.

De meest schadelijke vorm voor de witte haai is conflicten tussen commerciële activiteiten, ongecontroleerd kooiduiken en wetenschappers. Een storing in de natuurlijke leefomgeving van de dieren is bijvoorbeeld het weglokken van haaien met voer en de bureaucratische wetenschapper die alle wetgeving naast zich neerlegt. In het verleden hebben commerciële organisaties en wetenschappers elkaar nauwelijks of niet ondersteund en dat heeft ertoe bijgedragen dat de filmaker van de oude stempel een beeld geschapen heeft van de witte haai als een moordmachine.

Het toenemende inzicht van de commerciële aanbieders

Slechts enkele commerciële aanbieders van kooiduiken zijn bereid om met wetenschappers samen te werken en dat wordt van harte genomen door het SFRI. Gezamenlijke projecten tussen locale en internationale wetenschappers stelt paal en perk aan de 'cowboy mentaliteit' van enkele witte haai wetenschappers. De ingevoerde tolgelden voor commerciële aanbieders wordt in de toekomst gebruikt om wetenschappelijke projecten te financieren in het belang van iedereen. Enkele filmmakers zijn zelfs op de proppen gekomen met financiële ondersteuning en stellen zelfs uitrusting ter beschikking van de wetenschappers. Op die manier ontwikkeld zich een goede verstandhouding tussen de mens en witte haai en draagt bij om het beeld van de dieren dat wij hebben te corrigeren. Het observeren en onderzoeken van de dieren is een goede basis om een uitstekend beeld te geven in documentaires. Ook in het onderwijs begint men het leven van de witte haai op een wetenschappelijk verantwoorde manier in de lessen biologie te onderwijzen.

Het beschermen van de witte haai

Ondanks de bescherming van de witte haai in Zuid-Afrika, Namibië, Australië, Israël, Verenigde Staten en het Middellandse Zeegebied is de regulering en het onderzoek naar het gedrag van de diepzee visserij nergens. Haaien worden als bijvangst beschouwd en dat wekt nog steeds diepe zorgen. Het door de film ontstane 'jaws fenomeen' zorgt er nog steeds voor een haaienkaak duizenden dollar neergeteld worden. Dit bevorderd de zwarte markt en uiteindelijk belanden haaienkaken in een privaat verzameling. De witte haai is nationaal en internationaal nog steeds een 'big game vis' (groot wild vis) en er moet dadelijk iets gedaan worden om het machogedrag van de haaivissers te veranderen.

De bescherming van kleine en grote haaisoorten hangt primair af van een controle op de niet gereguleerde visserij. Het tegen uitsterven behouden van de witte haai is te danken aan het CITES (Convention on International Trade in Endangered Species) en de internationale handel van haaien (tanden, kaken, skeletten...) moet gestopt of tenminste aan banden gelegd worden. Wellicht helpt duidelijke informatie (video, film, sportduiken, duikboten...) om de grote massa duidelijk te maken welk een belangrijke schakel haaien zijn in de wereldzeeën. Wij hebben onze eigen toekomst en die van de witte haai in handen! 

* Dr. Leonard. J. V. Compagno is Curator of Fishes, en de Shark Research Centers - Division of Life Sciences van het Zuid-Afrikaans museum in Cape Town.  Dr. Compagno is een kenner op gebied van de witte haai en het kooiduiken in Zuid-Afrika.


Boeking/info:

Naam: Email:
Land: Tel:

Aankomst: Vertrek:
Uw aanvraag: Aantal personen:

 [ Duiken in kooien ] Horrorgalerie ] Geschiedenis ] Haai Duiken ]