|
Witte haaien, kooiduiken en haainetten
Door Dr. Leonard J. V. Compagno
Oorsprong van kooiduiken met witte haaien
Het duiken in een kooi en witte haaien van heel nabij observeren
dateert reeds voor de film Jaws uit 1975. Naar verluid is het allemaal
begonnen in de jaren 60 in de buurt van Dangerous Reef en andere streken
in de Zuid-Australische Spencer Gulf. Ervaren duikers zoals Ron &
Valerie Taylor en ook Rodney Fox, maakten voor het eerst een duik in een
kooi. Daarbij maakten ze gebruik van sportvis technieken die door Alf
Dean ontwikkeld waren om witte haaien naar schepen te lokken.
|

|
De duikplaatsen om witte haaien te ontmoeten in de Spencer Gulf zijn
zeer afgelegen. Speciaal uitgeruste expedieschepen laten dit soort
duiken toe, net als het filmen van natuur documentaires en
wetenschappelijke projecten. De eerste commerciële expedities werden
met grote visserschepen ondernomen en maakten gebruik van enorme
'gorilla kooien' en werden uit staal vervaardigd. De constructie was
veilig maar ook arbeidsintensief en...duur, enkele duizenden dollar per
persoon. Peter Gimbel ontwikkelde een lichte, mobiele aluminium kooi en
produceerde in 1970 de eerste commerciële 'witte haai film'.
Kort daarop ontwikkelde de Taylors luchte kooien die uitermate
geschikt waren voor het filmen in zee. De kooien waren stukken lichter
dan deze die de commerciële organisaties gebruikten. De Taylors stelden
vast dat het totaal overbodig is om zware kooien te gebruiken daar
haaien zelfs geen enkele poging ondernemen om in de kooi binnen te
dringen. Op die manier ontstonden lichte gegalvaniseerde kooien met
zijdeuren. Daarna ontwikkelden beroepsduikers draagbare cilindervormige
open kooien.
Het kooiduiken in Zuid-Afrika
Het kooiduiken in Zuid-Afrika is vrij jong en dateert uit de jaren 80
toen duikers sporadisch in de West-Kaap, in de omgeving van Struisbaai
(ten oosten van Cape Agulhas, het meest zuidelijke punt van het
Afrikaanse continent) en de Valsbaai nabij Kaapstad.
Geschriften van de vorser, Andrew Smith, bewijzen dat er reeds
aandacht bestond om de witte haaien te observeren langsheen de
Zuid-Afrikaanse kust rond 1820. Het vangen van de dieren begon
omstreekts 1909 in de regio rond de Valsbaai. Rond 1950 ontstond de
sportvisserij in de omgeving van Durban. De beroemde film Jaws zwengelde
de jacht op de witte haai aan in de westelijke Kaap-regio. De dieren
werden routinematig door een groep jagers gedood. Op die manier begon
een lucratieve markt te groeien in de handel van haaienkaken, skeletten
en tanden. Het kwam zelfs zover dat Australiërs naar Zuid-Afrika
afzakten met diepzee vaartuigen daar de dieren steeds zeldzamer werden
in de Australische wateren. 1991 werd uiteindelijk beslist om de dieren
in Zuid-Afrika te beschermen, iets wat heel wat internationale media
belangstelling verwierf.
Eerste wetenschappelijke projecten met witte haaien in Zuid-Afrika
Het Zuid-Afrikaans Museum startte in 1990 voor het eerst een
grootschalige wettenschappelijke expeditie. Het project kreeg heel wat
belangstelling en in 1992 werd het zwaartepunt van het onderzoek verlegt
naar Dyer Island. Op aangeven van locale vissers werd er een
markeringsproject gestart. Dyer Island is een kleine eilandengroep nabij
het vissersdorpje Gansbaai, ten westen van Cape Agulhas. In deze
duikplek werden de witte haaien 'ontdekt'.
Dyer Island
Dyer Island is een interessante Marine Oase van rotsachtige riffen en
kelpwoud (kelp is een grote soort zeewier). Het bestaat uit twee
hoofdeilanden, het eigenlijke Dyer Island en Geyser Island. Op het Dyer
Island leeft een grote zeevogel kolonie en pinguïns (Afrikaanse Pinguïn)
en op Geyser Island leeft een grote kolonie zeehonden (Cape Fur Seal).
De eilanden liggen 180 m van elkaar en het kanaal er tussen is 4 tot 6
meter diep, de zogenaamde 'haai doorgang'. De witte haaien patrouilleren
nagenoeg aan het wateroppervlak en jagen op zeehonden en pinguïns.
De haaien zijn zowat het hele jaar door in de omgeving van de
eilanden te vinden maar hun aantal neemt toe wanneer de jonge robben
leren zwemmen en een makkelijke prooi vormen. Niet alleen jongen vallen
ten prooi, ook volwassen dieren, zelfs de sterkste onder hen. Wanneer
voer in het water gegooid wordt zijn de haaien ook geïnteresseerd in
het onderzoeken van schepen. Op die manier is het vrij eenvoudig om hen
te filmen en wetenschappelijk onderzoek te verrichten. De stroming rond
de eilanden is een stuk gevaarlijker dan het risico op een haaien
aanval. Tot nog toe is er geen enkel ongeval gebeurt, tenminste wat een
haaien aanval betreft. Grotere gevaren zoals het weer, riffen, kelp,
hoge golven en stromingen. Dyer Island is een beschermd natuurgebied
maar in tegenstelling met andere vogeleilanden in het Zuid-Afrikaans
water, waar de toegang totaal verboden is, wordt hier toegang verleent
tot de hoogwaterlijn. De vogels en zeehonden van Dyer zijn beschermt
tegen de verstoring van de mens, zeehondenjacht en het verzamelen van
eieren is verboden. Hoe dan ook worden de dieren gestoord door schepen
die het kanaal tussen de eilanden invaren. De pinguïn kolonie is in de
laatste jaren gekrompen tot een dramatisch dieptepunt. Naast het
commerciële kooiduiken en wetenschappers lokte het eiland ook sport- en
beroepsvissers, abalone duikers (zeeoor, een soort schelpdier, ook
bekend als paarlemoen) en vrijetijdskapiteins aan.
Dyer Island werd in 1992 bekend als een kooiduik oord toen Ron &
Valerie Taylor de eerste film produceerden over de haaien van Dyer
Islands. Er werd vanuit lichte kooien gefotografeerd die ondersteund
werden door twee jetski's en een vissersboot. Na 1992 was er een
toestroom van buitenlandse toeristen die door lokale scheepvaart
maatschappijen de sportduiker en filmmakers naar Dyer Island brachten.
Talrijke haaienfilms werden hoofdzakelijk in de omgeving van Dyer Island
en Struisbaai gedraaid maar het uiteindelijke hoogtepunt kwam er in 1995
toen BBC/National Geographic Production de 'Great White Shark' op de
wereld losliet.
In 1997 waren 7 commerciële bedrijven die het kooiduiken aanboden in
het Dyer Island Channel. Een bikkelharde concurrentie ontstond tussen de
bedrijven en dat kwam niet ten goede van de zeehond- en vogelkolonie in
het gebied. De 'goldrush mentaliteit' dat zich rond dit soort industrie
ontwikkelde eindigde in talrijke beschuldigingen en rechtzaken. Het
ecotoerisme begon dus uit zijn voegen te barsten. Ironisch genoeg konden
vorsers en wetenschappelijke organisaties met hun beperkt budget actief
blijven terwijl de commerciële duik organisaties en reisbureaus een
vermogen maakten rond het filmen en zien van de witte haai.
Wereldwijd haaiduiken
Het ecotoerisme en het duiken met witte haaien werd in de jaren 90
populair door de sterke toename van sportduikers. 160 dergelijke
organisaties wereldwijd waren in 1997 bekend. Op de meeste plaatsen
gingen sportduikers duiken zonder kooien tussen grote en kleinere
haaiensoorten, zelfs tussen de potentieel gevaarlijke zoals de
tijgerhaai of in toenemende mate de populaire walvishaai.
Ecotoerisme
Op basis van de ervaringen in Australië en Zuid-Afrika ontwikkelde
zich het Natal Shark Board in het Zuid-Afrikaanse Kwazulu-Natal, het
zogenaamde POD (Protective Oceanic Device), een elektronische haaiafweer
systeem ter bescherming van duikers. Nu was het mogelijk om zonder
kooien te duiken. Meer dan 10 jaar lang had de inmiddels overleden Don
Nelson de wereld duidelijk gemaakt dat deze gewervelde dieren niet zeer
agressief zijn. Het ecotoerisme en het duiken met haaien stond
plotseling in tegenstelling met wat de media, de bevolking, ouderen en
wetenschappelijke literatuur uit de oude doos voor ogen hadden. Op die
manier heeft dit toegedragen tot het beschermen van haaien. Het is een
feit dat een levende haai meer opbrengt in het kader van ecotoerisme dan
een dode haai voor de visserij. Verscheidene regeringen waren plotseling
gewonnen (ook de regering van de Malediven) om de haaien visserij aan
banden te leggen in het voordeel van het ecotoerisme (koraal riffen
inbegrepen).
Witte haai en de Mount Everest
Sinds de film 'Jaws' hebben veel mensen een angst ontwikkeld voor de
witte haai. Veel wetenschappers probeerden het publiek duidelijk te
maken dat de witte haai 'anders' en wezenlijk gevaarlijk is, net als
andere haaisoorten. Witte haaien zijn voor duikers en filmmakers
hetzelfde als de Mount Everest is voor klimmers: een dodelijke
uitstraling maar met het gepaste materiaal haalbaar (kooien). Ok, witte
haaien zijn krachtige, efficiënte en snelle superrovers aan de top van
de voedsel piramide. Ze eten grote prooidieren en bij gelegenheid vallen
ze ook mensen aan maar vreten die heel zelden helemaal op. Ook tijgers
zijn superrovers en maken deel uit van een ecosysteem en vergrijpen zich
vaker aan mensen die ze helemaal verslinden. Alhoewel tijgers ook met
uitsterven bedreigt zijn, is het sociaal meer aanvaardbaar wanneer een
tijger een mens aanvalt, een realistisch ongeval noemt men dat dan.
Het zwemmen met witte haaien zonder kooi is voor een ervaren duiker
een overwinning zolang men er het hoofd koel bijhoud en deel uitmaakt
van een sociaal systeem. Het is dus in geen geval vergelijkbaar met het
beklimmen van de Mount Everest en heel wat minder gevaarlijk als door
het Sunderban-Woud in de Ganges-Delta te wandelen en daarbij het risico
te lopen om als kattenvoer opgediend te worden.
Witte haaien zijn sociale dieren met een complexe onderlinge
verhouding en geen eenzame zwemmers die werken als een vreetmachine in
de buurt van het strand. En toch blijft nog steeds bij velen het
doembeeld uit de film 'Jaws' hangen, zelfs nu dat ze beschermd zijn.
De ideale kooi duikplaatsen
Het duiken met witte haaien is wezenlijk duurder en beperkter dan het
duiken met andere haaien. Het Mekka van het kooiduiken is
ontegensprekelijk Zuid-Afrika. Een andere bekende plaats zijn de
Californische Farallon Islands maar daar heeft men het kooiduiken
verboden. Toch is er nog 1 plaats in Californië waar het kooiduiken nog
toegelaten is, namelijk in de omgeving van de Ano Nuevo Islands. De
traditionele plaatsen in Australië (Spencer Gulf) zijn stukken duurder
dan in Zuid-Afrika en bovendien zijn de dieren in die buurt de laatste
jaren zeldzamer geworden. Bovendien is Spencer Gulf te verder van de
haven gelegen, Dyer Island is vlot bereikbaar vanuit Struisbaai (1
organisator), Valsbaai (1 à 2 organisatoren) en Mosselbaai (1
organisator). Kooiduiken kan met kleinere vaartuigen gemaakt worden en
een dagtrip kost de duiker slechts 100 tot 200 US dollar en de kans is
hoog dat je de dieren ook daadwerkelijk zal zien.
Problemen met kooiduik aanbieders rond Dyer Island
In de omgeving van Dyer Island worden meestal lichte, onstabiele en
daardoor ook potentieel gevaarlijke kooien gebruikt. De manier waarop
men haaien aanlokte waren ook niet van de poes. Mensen met of zonder
duikervaring liet men toe in kooien, zelfs met een snorkel. Gelukkig
zijn er geen grote ongevallen geweest maar toch lieten ervaren (!)
duikers ongewild witte haaien tot de kooi doordringen. Met meer geluk
dan verstand konden de duikers de in paniek geraakte haai ontwijken en
(beide) kwamen er met de schrik vanaf. In één van de twee gevallen
werd de kooi tot de schroothoop verwezen. Kijk dus op voorhand uit met
wie je (letterlijk) in zee gaat.
Zakelijke conflicten
Mosselbaai, aan de Zuid-Afrikaanse zuidkust beschikt over een klein
eilandje met een zeehonden kolonie en witte haaien. Het eilandje ligt
knap in de buurt van een bekend strand en nabij een gasinstallatie. Een
kooiduik organisator ging in de clinch met de officiële instanties toen
men de activiteiten wou verbieden. Het kooiduiken was een reëel gevaar
voor de badgasten en de beroepsduikers die instonden voor de
ontwikkeling en onderhoud van de gasinstallatie. Na een lange twist werd
alles zakelijk afgewogen. Het kooiduiken werd beperkt maar iedereen
moest water in de wijn doen (seizoen gebonden).
Voorschriften voor kooiduiken in Zuid-Afrika
Onder toezicht van het Sea Fisheries Research Institute (SFRI), werd
in 1997 het kooiduiken, filmen en wetenschappelijk onderzoek met
betrekking tot de witte haai, gereglementeerd. Alle betrokken partijen
gingen rond de tafel zitten en kwamen tot het besluit dat er dringend
een managementplan moest opgesteld worden. Dit hield in dat kooiduik
organisatoren een uitrustingsstandaard moesten toepassen en
wetenschappelijke projecten moesten toestemming krijgen van een
wetenschappelijke raad. De toegang tot bepaalde gebieden voor commerciële
uitbating werd verboden. In het geval van Dyer Island laat de Cape
Nature Conservation Service slechts 5 kooiduik aanbieders dagelijks tot
het gebied toe waarbij 3 aanbieders gelijktijdig in het kanaal mogen
vertoeven. Hierbij moeten ze dagelijks een toltarief betalen.
Tezelfdertijd werd een beschermende zone rond het Dyer Island complex
van kracht en de toegang wordt enkel verleend volgens de reglementen van
het SFRI dat geldig is in het hele land.
Nieuwe voorschriften zijn van kracht
De nieuwe voorschriften zijn sinds midden 1998 van kracht. De tijden
van anarchie en oproer zijn definitief voorbij dankzij een strenge
wetgeving. Dit is de enige mogelijkheid om deze krachtige industrie uit
het diskrediet te halen en de negatieve effecten op het Zuid-Afrikaanse
toerisme te voorkomen. Eén enkel ongeval kan de totale toerisme
industrie in een negatief daglicht stellen en zelfs wereldwijd een
slechte reputatie opleveren. Het heeft er ook toe bijgedragen dat de
strijdbijl tussen de kooiduik industrie, wetenschappers, beroeps- en
sportvissers definitief begraven is.
Is de kooiduik industrie schadelijk voor de witte haai?
Hoe is het eigenlijk gesteld met de witte haai? Is de commerciële
toegang tot de witte haai in Zuid-Afrika nadelig voor het leven van de
dieren? Het is moeilijk te bewijzen dat kooiduiken nadelig is voor de
haaien. Er komen verwondingen voor bij haaien die een hap in een kooi
nemen en haaien kunnen zich verwonden aan de dikke kettingen en stalen
trossen waaraan de kooien bevestigd zijn of een slecht afgewerkte stalen
constructie (zoals bijvoorbeeld bramen op het staal). Al deze
verwondingen kunnen met een zorgvuldige planning voorkomen worden.
De meest schadelijke vorm voor de witte haai is conflicten tussen
commerciële activiteiten, ongecontroleerd kooiduiken en wetenschappers.
Een storing in de natuurlijke leefomgeving van de dieren is bijvoorbeeld
het weglokken van haaien met voer en de bureaucratische wetenschapper
die alle wetgeving naast zich neerlegt. In het verleden hebben commerciële
organisaties en wetenschappers elkaar nauwelijks of niet ondersteund en
dat heeft ertoe bijgedragen dat de filmaker van de oude stempel een
beeld geschapen heeft van de witte haai als een moordmachine.
Het toenemende inzicht van de commerciële aanbieders
Slechts enkele commerciële aanbieders van kooiduiken zijn bereid om
met wetenschappers samen te werken en dat wordt van harte genomen door
het SFRI. Gezamenlijke projecten tussen locale en internationale
wetenschappers stelt paal en perk aan de 'cowboy mentaliteit' van enkele
witte haai wetenschappers. De ingevoerde tolgelden voor commerciële
aanbieders wordt in de toekomst gebruikt om wetenschappelijke projecten
te financieren in het belang van iedereen. Enkele filmmakers zijn zelfs
op de proppen gekomen met financiële ondersteuning en stellen zelfs
uitrusting ter beschikking van de wetenschappers. Op die manier
ontwikkeld zich een goede verstandhouding tussen de mens en witte haai
en draagt bij om het beeld van de dieren dat wij hebben te corrigeren.
Het observeren en onderzoeken van de dieren is een goede basis om een
uitstekend beeld te geven in documentaires. Ook in het onderwijs begint
men het leven van de witte haai op een wetenschappelijk verantwoorde
manier in de lessen biologie te onderwijzen.
Het beschermen van de witte haai
Ondanks de bescherming van de witte haai in Zuid-Afrika, Namibië,
Australië, Israël, Verenigde Staten en het Middellandse Zeegebied is
de regulering en het onderzoek naar het gedrag van de diepzee visserij
nergens. Haaien worden als bijvangst beschouwd en dat wekt nog steeds
diepe zorgen. Het door de film ontstane 'jaws fenomeen' zorgt er nog
steeds voor een haaienkaak duizenden dollar neergeteld worden. Dit
bevorderd de zwarte markt en uiteindelijk belanden haaienkaken in een
privaat verzameling. De witte haai is nationaal en internationaal nog
steeds een 'big game vis' (groot wild vis) en er moet dadelijk iets
gedaan worden om het machogedrag van de haaivissers te veranderen.
De bescherming van kleine en grote haaisoorten hangt primair af van
een controle op de niet gereguleerde visserij. Het tegen uitsterven
behouden van de witte haai is te danken aan het CITES (Convention on
International Trade in Endangered Species) en de internationale handel
van haaien (tanden, kaken, skeletten...) moet gestopt of tenminste aan
banden gelegd worden. Wellicht helpt duidelijke informatie (video, film,
sportduiken, duikboten...) om de grote massa duidelijk te maken welk een
belangrijke schakel haaien zijn in de wereldzeeën. Wij hebben onze
eigen toekomst en die van de witte haai in handen!
* Dr. Leonard. J. V. Compagno is
Curator of Fishes, en de Shark Research Centers - Division of Life
Sciences van het Zuid-Afrikaans museum in Cape Town. Dr. Compagno
is een kenner op gebied van de witte haai en het kooiduiken in
Zuid-Afrika.
|